Alcohol in onze maatschappij: deel 5

11 april 2019 / Actueel / Nieuws

Alcoholonderzoeker Rob Bovens van Tranzo Tilburg University neemt de deelnemers aan IkPas mee in de geschiedenis van alcoholgebruik, -preventie en -beleid.

In de vorige aflevering van de geschiedenis over alcoholgebruik en alcoholbeleid zagen we dat in de tweede helft van de 20e eeuw het alcoholgebruik fors toenam. En ook al stabiliseerde het consumptieniveau sinds 1980 en liep het iets terug naar 7 liter pure alcohol per hoofd van de bevolking op jaarbasis, bij twee leeftijdsgroepen leidde de stijging tot een vergroting van de problematiek (jongeren en 55-plussers).

In 2004 luidden Trimbos-instituut, Stap en NIGZ de noodklok vanwege de forse stijging van het alcoholgebruik onder de jeugd. De leeftijd waarop kinderen begonnen met drinken was in 2003 gedaald tot 11,9 jaar voor jongens, 12,2 jaar voor meisjes.De leeftijd bij meiden daalde sneller, daarvoor zat er ongeveer één startjaar tussen. In 2003 had 60% van de 14-jarigen, jongens en meisjes, de afgelopen maand gedronken. (Ter illustratie: ikzelf verzorgde in die tijd regelmatig een thema-avond over alcohol voor ouders. Als ik dan een rondvraag deed onder de aanwezigen, kwamen zij gemiddeld genomen tot een percentage van 25% op de vraag wie er wel eens alcohol had gedronken voor zijn of haar 16e jaar, in welke regio ik mij ook bevond). Ook had een nieuw fenomeen zijn intree gedaan: alcoholvergiftigingen (in de volksmond ‘comazuipen’. Daar hoort een kanttekening bij: een dergelijke term doet vermoeden dat iemand zich moedwillig door drank in een comateuze toestand brengt, je moet het eerder zien als het gevolg van roekeloos, fors alcoholgebruik). De gebruikelijke aanpakken als uitsluitend voorlichting op school bleken niet meer te werken. Jongeren denken op korte termijn, mede door de nog onvoldoende ontwikkeling van hun hersenen; planning en risico-inschatting zijn nog onder de maat. Er moest een aanpak komen die jongeren tegen zichzelf in bescherming zou nemen: de maatschappij moest ervoor gaan zorgen dat ze niet meer aan drank kwamen. Dit is de achtergrond van de maatregelen die sinds 2006 zijn getroffen: campagnes en voorlichting gericht op ouders, waarschuwingen op verpakkingsmateriaal, een verbod sinds 2013 op het in bezit hebben van alcohol in publieke ruimten (aanvankelijk beneden de 16 jaar, sinds 2014 onder de 18 jaar). In de wet stond al sinds 1964 dat alcohol niet verkocht mocht worden aan 16-minners, de wet werd echter nauwelijks nageleefd, laat staan dat er voldoende handhaving was. Ook dat beleid werd aangescherpt, door het introduceren van hogere boetes bij overtreding hiervan en een uitbreiding van de handhaving (sinds 2013 in handen van de gemeenten, uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders). In 2014 werd ook voor de verkoop de leeftijd opgehoogd naar 18 jaar.

Preventieorganisaties en beleidsmakers hoopten dat er van de wet niet alleen een direct effectieve werking zou uitgaan (jongeren zouden buiten de deur niet meer aan alcohol kunnen komen), maar ook een indirect effect: het stellen van de norm dat alcohol er niet zou moeten zijn voor jongeren onder de 18 jaar, dus ook in de privésfeer. Na de wetswijziging in 2014 werd de campagne NIX18 opgezet, bedoeld om de normboodschap bij het publiek bekend te maken. Dit is zeker gelukt, maar er zijn nog veel jongeren die voor hun 18e jaar drinken. Dit zijn er echter veel minder dan vroeger (zie voor cijfers alcoholinfo.nl, de informatiesite van het Trimbos-instituut). Wat wel zo is: als jongeren gaan drinken, dan drinken ze gelijk ook fors. Die trend lijkt zelfs iets te stijgen de afgelopen jaren. Ik kom hier dadelijk nog op terug.

Een andere leeftijdsgroep die een sterke gewoonte ontwikkeld heeft om te drinken zijn de 55-plussers. Omdat alcohol een product is dat sterk samenhangt met vrije tijd en amusement en je er ook het geld voor moet hebben, komen juist degenen die hier meer van hebben (de zogenaamde ‘babyboomers’, maar überhaupt degenen die aan het einde van hun carrière minder gaan werken of met pensioen zijn) veelvuldig in de gelegenheid alcohol te drinken. Met het stijgen van de leeftijd neemt de frequentie van alcoholgebruik toe. Jaarlijks komt deze ontwikkeling ook tot uiting in het evaluatieonderzoek bij de IkPas-deelnemers, zie bijvoorbeeld www.ikpas.nl/resultaten. Van de mensen die in Nederland hulp zoeken bij de verslavingszorg vanwege alcoholproblemen was in 2015 28% een 55-plusser. Tien jaar daarvoor was dit nog 20%. De stijging is maar voor een klein deel te verklaren uit het feit, dat er tegenwoordig gewoon meer ouderen zijn. De groei wordt voornamelijk veroorzaakt door ouderen die in het verleden nog geen alcoholproblemen kenden, maar door het uitbouwen van hun gewoonte in combinatie met ingrijpende gebeurtenissen in hun leven (partner- of familieverlies, stoppen met werken, kinderen het huis uit, kleiner gaan wonen). Deze leeftijdsgroep zit extra in de gevarenzone omdat er bij hen een toename is van gezondheidsproblemen, slaapproblemen, alcohol minder kunnen verdragen en vaak veelvuldig medicijngebruik.

Jongeren en ouderen hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze hebben wat meer vrije tijd (en dus gelegenheid) en vaker wat meer geld te besteden. Jongeren hebben vaak baantjes en geven het geld nog niet uit aan zaken waaraan een gemiddeld gezin haar geld besteedt. Onder ouderen zijn veel mensen te vinden die hun hypotheek hebben afbetaald. En dat betekent dat zowel jongeren als ouderen als ze de gewoonte opgebouwd hebben hun vertier en vrije tijd op te smukken met het drinken van alcohol, dit ook veelvuldig zullen doen.

En daarmee kom ik aan de slotbespiegelingen van mijn verhaal.

Alcohol is een product dat in onze samenleving heel belangrijk is geworden, maar ook belangrijk gemaakt. Na de 60-er jaren gingen we ook door de week drinken, bij het avondeten, vervolgens bij de lunch. Na afloop van conferenties, op doordeweekse avonden bij het voetbal. Vrijgezellenavonden werden vrijgezellenweekends, de wijn voor de aanstaande bruiloft wordt voorgeproefd. Oktoberfesten worden geïntroduceerd, kermissen zijn niet meer beperkt tot 4 dagen per jaar. De 11e van de 11e is een extra carnavalsdag, het aantal festivals, buurtfeesten, straatfeesten groeit enorm. En ons is verteld (door de reclame, maar we versterken dit ook door groepsdruk) dat daar altijd alcohol bijhoort. De mens is geneigd de positieve kanten van alcohol altijd te belichten, het is lekker, feestelijk en verbroedert (zei Plato al, zie een van mijn eerdere bijdragen). We praten ons zelf aan dat wij bewuste keuzes maken, maar hebben niet in de gaten dat onze normen en beelden mede sterk bepaald worden door commercie, belangen die handig inspelen op onze innerlijke driften. Iedereen wil toch wel eens roes, wil vergetelheid, wil ontspannen en ‘beleving’ is het nieuwe toverwoord. Aan ‘leefbaarheid’ wordt vaak voorbijgegaan.

Is het dan vreemd dat jongeren van 16 jaar, die opgroeien in een omgeving die alcohol zo belangrijk maakt en ziet als onlosmakelijk verbonden met genot, feest en gezelligheid, dat ook willen? Dat ze losgaan als ze er eenmaal de leeftijd voor hebben, of eerder, als ze aan het spul kunnen komen? Zeker als dit hun aangereikt wordt door tolerante ouders, die zelf de norm permanent uitstralen, dat alcohol je leven leuker maakt? Hoe vreemd is het eigenlijk als de gemeente aan de ene kant het schenken van alcohol in sportverenigingen aan banden legt tijdens jeugdwedstrijden en –toernooien vanuit de gedachte dat kinderen de associatie niet meer moeten leggen tussen alcohol en gezonde ontwikkelingsmomenten. Dat je alcohol niet moet drinken op momenten die daar niet voor geschikt zijn, die onlogisch zijn. Maar dat vele gemeenten aan de andere kant de verstrekking van alcohol willen gaan bevorderen op gezonde, en in mijn ogen onlogische plekken als boekhandels, kappers, kledingzaken etc. Waardoor diezelfde kinderen in de eerste de beste kledingzaak er mee geconfronteerd worden dat hun moeder een glas wijn in haar handen gedrukt wordt om hiermee de beleving van de aankoop te vergroten.

Op 23 november sloten zo’n 70 organisaties het Nationaal preventieakkoord. Het is erop gericht om in ieder geval op de thema’s tabak, overgewicht en alcohol aan te sturen op een gezonde generatie in 2040. In mijn ogen kan zo’n missie alleen slagen als wat betreft alcohol er gewerkt wordt aan het minder normaal, het minder automatisch maken van dit product. En ervoor te zorgen dat het drinken van alcohol, de momenten waarop en de hoeveelheid weer gemaakt worden tot een volledig eigen keuze, met zo weinig mogelijk invloed van commercie en in het verlengde hiervan beïnvloede groepsnormen.

 

Gerelateerd

24 maart 2019 / Actueel / Nieuws

Thee voor elk moment

Theesommelier Barbara Veldhuizen geeft tips voor thee voor elk moment van de dag voor elke stemming. Thee kent namelijk oneindig veel variatie. Van de meest pure thee tot verrassende blends.…



INFORMATIE OVER COOKIES:
BIJ HET GEBRUIK VAN DEZE WEBSITE GAAT U AKKOORD MET HET GEBRUIK VAN COOKIES.


Meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close