Home > actueel > blogger-jeroen-over-niet-saai-zijn

Blogger Jeroen over (niet) saai zijn

Blogger Jeroen over (niet) saai zijn

Vorige week een beetje te veel gewerkt. Naast mijn eigen diensten, viel ik een aantal keren in voor zieke collega’s. En ik had ook enkele vormgeefklussen die met enige spoed gedaan moesten worden: een beursstand ingericht voor Boot Düsseldorf, banners, flyers en een openingsfeest van een café gepromoot, posters, social media-posts. Het ging me allemaal redelijk goed af, maar helaas heb ik gaandeweg toch een virusje opgelopen. Dagenlang snippie-verkouwen. Slecht tot niet geslapen met zo’n volle kop en al m’n spieren deden pijn. Ik werd ook onhandig, ik stootte soms dingen om, niks voor mij. En op creatief vlak kwam er weinig in me op... helemáál niks voor mij. Eén voordeel van zo’n weekje snotteren en strompelen: Ik had totáál geen trek in bier, dus op IkPas-gebied was het een makkie!
 
Hoe ga jíj? Besef je je dat je al óver de helft bent?! Gewoon lekker doorgaan zo. En morgen niet van dat Blue Monday-gezwets hoor: Gisteren niet blauw, vandaag niet blauw, dus morgen ook géén Blauwe Maandag! Lach die opgelegde somberheid weg en stap Jer(h)oentjesfris je bed uit.
 
Sinds gisteren heb ik weer wat lucht; figuurlijk en letterlijk. De afgelopen week was ik gelukkig in de zorg ook niet zo vaak ingedeeld. Woensdag heb ik zo’n 20 kilometer gewandeld in een heerlijk zonnetje, even wat vitamine D opdoen. Dat deed me goed. Ik dacht tijdens de wandeling na over de vraag die ons vorige week in de nieuwsbrief werd gesteld: Waarom pauzeer je eigenlijk? Voor mij is het inmiddels een soort gewoonte geworden, ik doe dat al meer dan twaalf jaar. Waarom ík meedoe aan de IkPas-challenges, daar kom ik graag in de volgende blog op terug. Nu wil ik juist iets meer ingaan op de vraag ’Waarom drink ik eigenlijk?’
 
Tegenwoordig drink ik bier omdat ik daar enorm van genieten kan, van speciaalbieren dan. In de winter drink ik graag de echte winterbieren: donker, zwaar, kruidig. Dan heb ik de herfstbocken allemaal wel gehad, die vind ik vaak net iets te zoet (en plakkerig). En naar de lente toe komen de frisse lentebieren; lekker bocken op de steiger in de voorjaarszon, een beetje wegdromen... héérlijk! Pils drink ik thuis eigenlijk nooit. Dat is iets voor op feestjes, avondjes bij vrienden thuis of in het café. Hoewel ik pils niet in het bijzonder lekker vind, ja...waarom drink ik dat dan? De hoofdreden is iets puberaals, tot mijn schaamte. Ik denk dat dat namelijk nog steeds dezelfde reden is als toen ik ermee begon. Ik probeer het uit te leggen:
 
Mijn dochter was eens bij haar vriend wanneer zijn ouders goede vrienden van hen op bezoek hadden, ene Jacco en zijn vrouw. Toen die mijn dochters achternaam vernamen, vroeg Jacco direct: ”Hé, ben jij toevallig een kind van Jeroen?! Gewéldig! Die ken ik van de Vezo (we vulden vakken van die supermarkt). Oooh, daar kon je vroeger echt mee lachen hoor. En je vader kan ook drinken als ’n malle, allememaggies!” Zij vertelde dit aan de etenstafel en toen zei mijn andere dochter, dat ze zich ineens realiseerde dat wij, voordat zij er waren, óók gewoon al een heel leven hebben geleefd. Nou, dát berokkende even een aardschok!

N.i.W.: Jacco is de grondlegger van de ’Jaccotheorie’. We gingen altijd samen naar de feestjes van de PV en een keer was er een klaverjasmarathon. Jacco was mijn maat en hij legde heel vaak vóór zijn beurt al een kaart op tafel. Toen zei hij ”Ow, niemand deed iets dus ik dacht dat ík aan de beurt was”. Dit noemen we bij spelletjes nog steeds in onze familie en vriendengroep de Jaccotheorie: Niemand gaat, DUS ben ik. Hij moest steeds zijn kaart weer van tafel pakken, maar ik wist zo wel wat hij in handen had, wat met klaverjassen natuurlijk heel handig is. Wij gingen vanaf toen bij elk evenement voor de Sjoemelprijs. En inderdaad, dit soort avondjes dronken we aardig wat. Hoe dan ook, dit is nu zo’n 32-35 jaar geleden inmiddels. Als Jacco mij nog zó herinnert van die tijd, ben ik eigenlijk bang dat als ik hem ooit weer tref, hij mij nu saai vinden zal en ik niet zal weten wat ik vertellen moet. Dan hoop ik maar dat dat eens is wanneer ik ergens aan het drinken ben... en dát is waarschijnlijk mijn puberale hoofdreden om te drinken: Ik wil niet dat men mij saai vindt, of dat ik niets (leuks) te vertellen heb. Triest, eigenlijk.. maar misschien herkenbaar?
 
Goede zondag en voor morgen een doodnormale, heldere maandag gewenst!

298.000

deelnemers gingen je voor