Door Bianca de Kat

Als vanzelf gaat mijn hand richting koelkast op zoek naar de fles witte wijn. Het is 5 uur en borreltijd. Nou ja, borreltijd is een groot woord; ik ga koken en dat is voor mijn lijf een teken dat de wijn ontkurkt kan worden. Wit in de zomer en rood in de winter. Ik denk er niet eens over na. Het hondje van Pavlov is er een kleutertje bij. Mijn hele systeem is het rommelen bij het aanrecht gaan zien als hét startmoment voor een alcoholisch drankje.

Nog net op tijd zie ik het; om mijn pols prijkt een smurfenblauw polsbandje. ‘IkPas’ staat erop. Nee hè?! Ik mág helemaal geen wijntje. Ik drink deze maand niet.
Een beetje ontredderd roer ik in de pasta. Ik ben verbaasd want veel drink ik niet. Eén glas, misschien twee, maar wel altiid op het moment dat ik ga koken en nu is er dus niks ‘gezelligs’. Een beetje chagrijnig pak ik een glas water. Dit kan nog een leuke maand worden.

De volgende dag ga ik naar de supermarkt om vervangende drankjes te halen. Ha, nu wordt het weer leuk. Misschien kan ik dit wel. Ik gooi de kar vol met alcoholvrije drankjes. Die avond bij het koken neem ik een tonic met ijsblokjes en citroen in mijn mooiste wijnglas. Ik zie mijn kinderen met hun ogen rollen. ‘We hebben weer wat nieuws hoor, mama gaat een maand niet drinken’. Ze vinden het kennelijk enorm lollig.

Inderdaad, mama gaat een maand niet drinken en twee weken later gaat mama naar de sportschool want het wonder is geschied. Ik begin me enorm fit te voelen. Mijn vriend treft me om tien uur ‘s avonds stofzuigend aan en vraagt of ik wel in orde ben.

Zelf ben ik vooral verbaasd over de helderheid in mijn hoofd en ik begin na te denken over hoe automatisch ik een wijntje of een biertje nam. Soms omdat ik er zin in had maar vaak ook omdat ik moe was, of verdrietig, of onrustig. Een wijntje en het was meteen over. Voor een tijdje dan.Of als ik blij en gelukkig was en dat gevoel wilde uitvergroten. Of als ze zon scheen of juist niet, als ik meende dat ik iets te vieren had – poes jarig, nieuwe knopjes aan de bomen, alle sokken bij elkaar kunnen vinden- of als ik een latent gevoel van eenzaamheid meende te bespeuren. Als ik boos was en dat niet wilde voelen, als ik zenuwachtig was en de oorzaak niet kon vinden of als ik me om een of andere reden niet helemaal prettig voelde.

Waarvan ik oprecht altijd had gedacht dat ik ‘gewoon’ zin had in een glas wijn of een biertje bleek een ingeslopen automatisme te zijn en die zijn lastig te doorbreken. Tenzij je daarvoor een hele goede reden hebt, en die dankzij de alcoholvrije maand heb ik die nu.
Ik wil me fit voelen, ik wil goed slapen en ik wil geen enkel gevoel hoeven onderdrukken.
Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid om te merken dat een glas wijn drinken nog steeds lekker is maar dat ik niet meer gedachteloos een fles open hoef te ploppen.

Mijn ‘IkPas’ polsbandje heb ik niet meer om. Omdat hij de afgelopen maand toch een beetje mijn maatje is geweest mag hij aan een plank boven het aanrecht hangen. Als ik sta te koken krijgt ie een knipoog. ‘Thanks, we did it!’
Heel soms knipoogt ie terug.