Door Monique Vos

Vriendin 1. “Of ik meedoe?! Véértig dagen zonder alcohol? Nee joh, het komt me nu niet uit, hoor. Ik heb volgende week een feestje. Met karaoke. Daar móet gewoon drank bij. Zonder drank overleef ik dat niet. Wat zeg je? Dertig dagen kan ook? Je hoort nog van me.“ Vriendin 2. “Uhm ja, misschien wel… zou best goed voor me zijn, al is het alleen al om wat kilo’s kwijt te raken voor de lente begint. Je overvalt me er trouwens wel een beetje mee. Ik denk er nog even over na, oké?” Oké. Mijn zus dan misschien? Of die ene collega die er ook niet in spuugt? Nope. Overal waar ik probeer medestanders te ronselen, krijg ik nul op rekest.

En dat zet me aan het denken. Blijkbaar zijn er heel veel redenen om alcohol te drinken. En is het heel erg lastig om dat los te laten, al is het maar gedurende een relatief korte periode. Waarin natuurlijk feestjes, bedrijfsuitjes of weekendjes-weg zullen zijn. Werkelijk iedereen die ik het gevraagd heb, lijkt zich een beetje betrapt of beschaamd te voelen, wanneer ze nee zeggen of ontwijkend antwoorden. Hoeveel en hoe vaak we drinken, of de reden waarom we drinken, is niet iets wat we vaak bespreken met elkaar. Als we met vriendinnen weg gaan, hoeven we niet te bespreken wie ‘de Bob’ zal zijn. Het is altijd dezelfde vriendin. Zij houdt gewoon niet van alcohol, ze drinkt koffie of water. Echt, ze bestaat.

Begrijp me goed, ik ben beslist niet roomser dan de Paus. Het is niet voor niks dat ik bewust 40 dagen pas op de plaats maak met mijn alcoholgebruik. En het laatste wat ik wil, is als een soort Jehovagetuige het woord te verkondigen aan degene die daar niet voor kiezen. Iedereen moet lekker zelf weten wat hij of zij doet. Zo is mij ooit de confronterende vraag gesteld, waarom ik me geen vakantie zonder alcohol kan voorstellen? Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat me dat echt niet lukt. Alleen al als ik daaraan denk, ontstaat er een soort ‘error’ in mijn hoofd. Alcohol hoort voor mij bij vakantie, zoals water bij de zee, zoals zout bij peper, zoals yin bij yang.

Zon, ontspanning en vrije tijd, is voor mij onlosmakelijk verbonden met een gezellig terrasje en een tintelend glas prosecco (of twee, drie). Of anders tijdens de lunch, in dat leuke restaurantje, buiten in de schaduw, met een mooie fles wijn in de koeler. Om ’s avonds, na een dag lang slenteren door dat pittoreske stadje met zijn authentieke steegjes, op je eigen balkon met een koel glas rosé in je hand, te genieten van het prachtige uitzicht. Zo is alcohol meer dan alleen een drankje. Het is ook een beleving. Voor mij dan toch…

De hamvraag blijft dan natuurlijk: is een feestje minder leuk als ik zelf geen alcohol drink? Geniet ik echt minder van een vakantie als ik alles in volstrekt nuchtere toestand mee zou maken? Op vraag twee moet ik het antwoord schuldig blijven. Ik ben nog niet zo ver dat ik de uitdaging aan durf om in mijn vakantie geen alcohol te drinken. Op de eerste vraag kan ik inmiddels wel volmondig ‘nee’ antwoorden. Ik vermaak me ook prima als ik geen alcohol drink. En tegen de tijd dat iedereen tipsy – of erger nog – dronken is, haak ik af. En duik fris mijn bed in en sta fris weer op.

Zónder kater.