De dagen voor D-Day (zoals ik het in gedachten noem), ben ik heel bewust met mijn alcoholgebruik bezig en met het feit dat ik over een paar dagen écht geen druppel meer ‘mag’ drinken. Mijn besluit staat immers vast. Veertig dagen lang. Veertig avonden, zonder mijn geliefde wijntje. Zes weekenden, gevuld met etentjes, verjaardagen en theaterbezoeken. Zeker 30 dagen waarop ik mijn eigen maaltijd zal koken, roerend in de pannen, zónder begeleidend glas wijn op het aanrechtblad. Hét moment waarop ik normaal gesproken afdraai na een drukke werkdag.

Ik lig wakker. Het is 4.00 uur. Ik weet het zonder op de klok te kijken, want het gebeurt me vaker. En ik weet ook dat de slaap nu niet meer zal komen. Ik voel me brak. Niet uitgerust. Schuldgevoel komt weer om de hoek kijken. Over te vaak. Teveel. Over het feit dat ik met mijn alcoholinname roofbouw op mijn lichaam en geest pleeg. Over het feit dat ik steeds zwaarder word, terwijl ik ooit vanuit gezondheidsoverwegingen een maagverkleining heb ondergaan. Over het feit dat ik soms niet meer precies weet wat ik de avond daarvoor op tv heb gezien. Dat ik zo af en toe de telefoon over laat gaan, omdat ik bang ben met dubbele tong te praten. Dat ik in noodsituaties niet eens in de auto zou kunnen stappen, omdat mijn alcoholpromillage veel te hoog zou zijn. Alcoholgebruik is als een sluipmoordenaar mijn leven binnengedrongen.

De tussenstand: twintig dagen zonder alcohol. Zonder al teveel moeite kom ik de avonden nuchter door. Datzelfde geldt voor de weekenden – waarin ik droog sta – maar mijn omgeving gewoon doordrinkt. Ze hebben aangeboden om geen alcohol te drinken om mij te plezieren, maar dat hoeft niet. Ik wil er ‘cold turkey’ doorheen. En trouwens, ik word toch al overal met alcohol geconfronteerd: in reclames, bij tv-series, in de supermarkt, op billboards, in de kroeg, in het theater en thuis. Een wijntje hoort erbij. Gezellig! Is het je trouwens ooit opgevallen dat we van alles wat ‘slecht’ voor ons is, een verkleinwoord maken?

Na twintig nuchtere dagen, maak ik een ronduit positieve balans op:

-Ik slaap tegenwoordig als een roos
-Ik voel me fitter
-Ik heb geen last meer van schuldgevoelens
-Ik ben trots op mezelf!
-Ik heb meer ruimte in mijn hoofd
-Ik marchandeer niet meer met mezelf, waarbij ik uiteindelijk toch altijd aan het kortste eind trok
-Ik schaam me niet meer
-Ik bespaar geld
-Ik onderneem meer
-Ik herinner me alles
-Ik ben 4,5 kilo lichter
-Ik tril niet meer in de ochtend, na een stevig avondje doorzakken
-Ik kan te allen tijde mensen te woord staan of in de auto stappen
-Ik heb ervaren dat ik geen alcohol nodig heb om ‘af te draaien’ of stressvolle momenten te kunnen tackelen.

Het is duidelijk: de voordelen van mijn alcoholgebruik (het is lekker, ontspant en…?) wegen niet op tegen de vele voordelen van het niet drinken. Ik hoop dat veertig dagen passen, voor mij voldoende is om mijn ingesleten gedragspatroon te kunnen doorbreken. Om van de gewoonte om dagelijks te drinken af te kunnen stappen. Mijn doel is om alleen nog in het weekend alcohol te gebruiken en bij hoge uitzondering – alleen bij heel speciale gelegenheden – doordeweeks. Maar hé, laten we eerlijk zijn: hoe vaak zijn die momenten er nou écht op jaarbasis?